Van Schagen van 1890

Mensen verplaatsen zich, eerst te voet, daarna te paard en dankzij het wiel met kar, rijtuig, koets (paard en wagen) en tenslotte met trein, tram, fiets en auto.

De Herenweg maakt deel uit van de belangrijkste noord-zuidverbinding in Kennemerland. Er waren in Heemstede aftakkingen naar het dorp Heemstede. Achterweg, Voorweg, Camplaan en Binnenweg waren belangrijke secundaire wegen. Een ‘verkeersknooppunt’ vormde het Dorpsplein (het huidige Wilhelminaplein), zeker na de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1855. Het Dorpsplein was vanaf de komst van de tram in 1879 het overstapstation vanuit de Meer op de stoomtram naar Haarlem en Leiden.

Logement en stalhouderij
Logisch dat op zo’n verkeersknooppunt een logement was: Het Wapen van Heemstede. Omstreeks 1750 werd ernaast een stalhouderij gebouwd voor paarden en wagens.

Op 4 september 1890 werd de stalhouderij ontkoppeld van het logement en gehuurd door Jacobus Cornelius van Schagen. De huur “betreffende de afzonderlijke woning met erf, benevens het koetshuis met stallingen, tezamen voor zes gulden en vijftig cents per week.” Dit is het startpunt van Van Schagen van 1890.

Personenvervoer
De stalhouderij had veertien rijtuigen, waaronder een trouw- en begrafenisrijtuig, en verder landauers (stadsrijtuigen). Vijf koetsiers waren in vaste en vijf in losse dienst. Er waren geen vaste werktijden. De koetsiers vervoerden de elite van het dorp (burgemeester, notaris, geestelijken) en de dorpsdokters naar patiënten. Voor groepsvervoer was er een Jan Plezier, getrokken door een tweespan.

Vrachtvervoer
Belangrijk was ook het vrachtvervoer, van o.a. bouwmaterialen en verhuizingen. Per schuit werden de materialen aangevoerd en aan de haven van Heemstede gelost. Twaalf paarden en wagens zorgden voor vervoer naar de bouwplaats. Binnen het dorp zelf werd veel vracht vervoerd, maar ook naar Haarlem, Sassenheim, Leiden en Amsterdam. Het bloembollenvervoer nam bijvoorbeeld een belangrijke plaats in. Tot begin jaren dertig heeft Van Schagen het vrachtvervoer voor de gemeente Heemstede verzorgd. Voor paard, wagen en voerman betaalde de gemeente ƒ 4,75 per dag. De voerman verdiende minimaal ƒ 3,- per dag, zodat de winstmarge klein was. Maar in de crisisjaren was men als ondernemer blij met een dergelijke opdracht om het bedrijf draaiende te houden.

Foto: Librariana

Een equipage van Van Schagen staat klaar voor het vertrek naar een bruid en bruidegom. V.l.n.r.: Jasper van Haasteren, Floris van Schagen – beter bekend als ‘Lord’ en vader van Jaap van Schagen, de broer van Floris: Nelis van Schagen, ‘Ome Jan’ Reinierse en Jaap Vernooij uit Bennebroek.

Grondruil
In 1927 kwam een grondruil tot stand met de toenmalige eigenaresse van Het Wapen van Heemstede, mevrouw Guer. Het zogenaamde paardenveldje naast de stalhouderij werd geruild voor de gronden die achter Het Wapen lagen. Op de plek van het paardenveldje werd in 1927 een dubbel woonhuis gebouwd. Later werd dit verbouwd tot één woonhuis (Achterweg 34/36). Op de gronden achter Het Wapen van Heemstede werden nieuwe bedrijfsruimtes gebouwd die nodig waren omdat het vervoer steeds meer gemotoriseerd werd.

Op 13 juni 1929 kwam de stalhouderij in bezit van Floris van Schagen. Een geplande uitbreiding kon door de crisisjaren maar deels gerealiseerd worden.


Stalhouderij Wed. J. van Schagen op een glasnegatief uit 1929.

 

1936. De achterweg ter hoogte van Van Schagen gezien in de richting van het Wilhelminaplein. Aan de linkerzijde ligt de N.H. Kerk. In het pand van Van Schagen is een luik zichtbaar, waardoor het hooi voor de paarden naar de hooizolder werd gebracht.

Nieuwe start
In de Tweede Wereldoorlog werden paarden, wagens en twee nieuwe vrachtwagens door de Duitsers gevorderd. Direct na het overlijden van Floris van Schagen in 1945 werden er plannen gemaakt voor totale modernisering van het bedrijf. De stalhouderij werd begin 1950 opgeheven en in 1954 kwam er een klein benzinestation. In de lege bedrijfsruimten werden auto’s gestald. De nieuwe aanpak was zo succesvol, dat in 1957 een moderne garage tot stand kwam voor stalling en service van cliëntenauto’s. In de eerste helft van de zestiger jaren verkreeg Van Schagen het dealerschap voor Simca.

Simca Aronde P60 Elysée Rush uit 1961. Foto: wikipedia

Het oude koetshuis uit 1750 werd onder architectuur van Cees Dam geschikt gemaakt voor de verkoop van automobielen. Ook werd de gevel ingrijpend verbouwd. Er werd een publieke doorloop gemaakt, omdat op die plek een trottoir ontbrak. In 2010 werd de doorloop weer afgesloten om vandalisme te voorkomen.

Met de stijging van de welvaart groeide ook het autobezit. Achter de woonhuizen aan de Achterweg 34-36 werd een hal voor tweedehands auto’s gebouwd. Na het overlijden van mevrouw van Schagen-van Ophem, de vrouw van Floris, kwam er een nieuwe directie. Leen Bader was verantwoordelijk voor de verkoop en Jaap van Schagen voor de techniek. Toen in 1978 het woon-winkelhuis van Piet van Wirdum aan het Wilhelminaplein vrijkwam werd dit aan de bestaande bedrijfsruimten toegevoegd. Op de tuingronden werd een nieuwe werkplaats gebouwd, nodig om het dealerschap van Peugeot te verkrijgen (Peugeot had Simca gekocht). Sindsdien is het bedrijfsterrein toegankelijk vanaf het Wilhelminaplein en de Achterweg.

Foto Librariana

Van Peugeot naar Van Schagen en het Rijtuigenmuseum
Veel Heemstedenaren kochten hun auto’s bij Van Schagen aan het Wilhelminaplein. Jaap van Schagen stopte zelf in 1978. Omdat later Peugeot enkel dealers wilde hebben met veel showroomruimte en meer dan 1000 verkochte auto’s per jaar, werd gestopt met het dealerschap. Na enkele jaren Nefkens nam Geert-Jan Waardenburg het bedrijf over. Onder de naam Van Schagen worden nog altijd allerlei soorten auto’s verkocht.

In de stalhouderij werd een Rijtuigenmuseum ingericht, dat op speciale gelegenheden (bijvoorbeeld Open Monumentendag) geopend is en waar een schat aan informatie over de geschiedenis van Van Schagen van 1890 wordt getoond.

Jaap van Schagen vertelt. ‘Verhalen van toen’, gemaakt in 2016 door leerlingen van de vierde klas van Hageveld tijdens hun maatschappelijke stage. (Klik op het plaatje).

Aanzien van de stalhouderij met aangebouwd woonhuis
De beschrijving van de stalhouderij met aangebouwd woonhuis omstreeks 1750 luidde: een vrij langwerpig gebouw, een zogenaamde 18e eeuwse langsgevel, met achter elkaar gelegen koetshuis en paardenstal met daarboven de hooien slaapzolder. Onder hetzelfde dak een slaap- en woonkamer met aan weerskanten een bedstee. Het buitenlicht komt binnen door twee grote op en neer schuifbare ramen die met luiken gesloten kunnen worden. Het grondvlak is ongewijzigd gebleven, alleen zijn in vanaf 1889 nog aanbouwingen tot stand gekomen, waaronder een grote woonkeuken (praathuis) en enige voorzieningen voor het stallen en verzorgen van paarden en rijtuigen.

Boven de entree van het koetshuis met daaronder de grote openslaande deuren stond tijdens en na de stalhouderijperiode een toepasselijke tekst in sierletters:

Traditie Getrouw Bij Traditie Vermaard
van Schagen’s Koets, van Schagen’s Paard.

Later is deze tekst vervangen voor de huidige, die afkomstig is uit een gedicht van Jacob van Lennep:

Aan Ruiter en Koetsier en Paard, een Pleisterplaats en Stalling Waard.

Het pand is een rijksmonument. Oorspronkelijk samen met Het Wapen van Heemstede, maar in 2013 is een splitsing aangepast en zijn beide panden rijksmonument.

Naar boven