Bennebroek, Reek 3 en 3A

Oorspronkelijke functie Woonhuis (nr. 3) / werkplaats (nr. 3A)
Huidige functie Woonhuis (nr. 3) / woonhuis en werkplaats (nr. 3A)
Bouwjaar 1844 (nr. 3) / 1910, met 18de-eeuwse kern (nr. 3A)
Architect onbekend
Status Gemeentelijk monument

Het pand op nr. 3 maakt deel uit van de aaneengesloten bebouwingswand van de Reek en behoort tot de historische dorpskern van Bennebroek, die vanaf het midden van de 17de eeuw tot ontwikkeling kwam. De bebouwing langs de Reek bestond aanvankelijk uit vrijstaande panden, gelegen dicht bij de Roohellerbrug. Geleidelijk trad verdichting op, wat uiteindelijk leidde tot een aaneengesloten bebouwingslint.

Nummer 3 dateert mogelijk uit 1844. In de tuinmuur in de achtertuin is een (herplaatste) stichtingssteen ingemetseld waarop het jaartal 1844 is vermeld. Onder meer gezien het toegepaste metselwerk en de verschijningsvormen van de ramen op de verdieping van de voorgevel zou de bouw van het pand uit deze periode kunnen zijn. Rond 1910 vond een verbouwing plaats. Kozijnen en ramen op de begane grond zijn toen gewijzigd. Waarschijnlijk gelijktijdig is het buurpand verbouwd tot een bij dit woonhuis behorende werkplaats.

Het pand op nr. 3A bestaat uit een voorhuis en een achterhuis die in de loop der tijd met elkaar zijn verbonden. Het pand dateert in de kern waarschijnlijk uit 18de eeuw. De kapconstructie van het achterhuis met zware, (waarschijnlijk) eikenhouten spanten en schoren en houten pen-gatverbindingen met toognagels wijst daar op. Het voorhuis dateert uit circa 1910 en was bedoeld als werkplaats. Tegenwoordig is het pand in gebruik als woonhuis met werkruimte.

Bouwkundige beschrijving

Nummer 3 heeft een onregelmatig grondplan en bestaat uit twee bouwplagen met kapverdieping onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde Hollandse pannen. De nok ligt evenwijdig aan de Reek. De voorgevel is ontworpen in een traditionele, klassiek georiënteerde stijl en wordt afgesloten met een houten kroonlijst. Centraal in het dak staat een dakkapel met houten vleugelstukken en kroonlijst en dubbele openslaande ramen. De zijgevels zijn tuitgevels.

Nummer 3A aan de oostzijde van het woonhuis bestaat uit één bouwlaag met kapverdieping onder een mansardedak. Het dak heeft houten windveren.De voorgevel is gemetseld en, boven een zwart geschilderde plint, wit gesausd. Hierdoor is de authentieke baksteenarchitectuur aangetast. Bovende begane grond zit een brede segmentboog. Deze overspant de houten, gekoppelde entree- en raampartij.

Gemeentelijk monument

Beide panden bezittencultuurhistorische waarde als voorbeeld van de ontwikkeling van de historischedorpskern langs de Reek. Ze vormen een onlosmakelijk onderdeel van het historischebebouwingslint.Beide panden zijn beeldbepalend gesitueerd langs de Reek en de Bennebroekervaart.

Tezamen met de aangrenzende, kleinschalige dorpse bebouwing, het smalle straatprofielen de vaart met het groene, met bomen beplante talud is sprake van een bijzonderensemble.

Beide panden zijn vrij gaaf in hoofdvorm en detaillering.

Naar boven