Bennebroek, Schoollaan 70, St. Luciaklooster

Oorspronkelijke functie Klooster
Huidige functie Geen. Het gebouw staat leeg.
Bouwjaar 1895-1896
Architect Nicolaas Nelis
Status Gemeentelijk monument

In het hartje van Bennebroek bevindt zich, sinds 1920, het Luciaklooster van de Zusters Franciscanessen. Het gebouw staat er echter al sinds 1896. In dat jaar bouwden de Soeurs du Sacré Coeur (de Zusters van het Heilig Hart) er een 'pensionaat'. De 'Sacré Coeur' was sinds 1801 actief als opvoedster van meisjes uit de Franse katholieke burgerstand en groeide tot een orde met pensionaten ver buiten de landsgrenzen van Frankrijk. Het initiatief om de zusters naar Bennebroek te halen ging uit van pastoor C. Scheiberling. Zijn parochie, waarin hij in 1886 aantrad, omvatte de gemeenten Vogelenzang, Bennebroek, Heemstede en Haarlemmermeer. Scheiberling had de 'Soeurs' voornamelijk naar zijn parochie gehaald voor het verzorgen van katholiek lager onderwijs. De hoofdtaak van de Soeurs was echter het opvoeden van meisjes uit de gegoede katholieke burgerstand, binnen de muren van een kostschool. Zo kreeg Bennebroek niet alleen een katholieke dorpsschool, maar ook een Frans-katholieke dameskostschool.

Het Bennebroekse pensionaat kende slechts een korte bloeitijd. De pensionaires moesten uit heel Nederland komen en de bereikbaarheid van Bennebroek liet te wensen over. Ook ontstonden elders in Nederland Sacré Coeurs. Met pijn in het hart moesten de zusters in 1919 besluiten het Bennebroekse complex aan de Franciscanessen te verkopen. Die stichtten er in 1920 hun Luciaklooster.

Het huidige, nog steeds omvangrijke complex bestaat behalve uit het klooster uit de pastorie (1899), de St. Jozefkerk (1900) en de St. Franciscusschool (1928-1929). Het complex verrees op de bloembollenvelden ten zuiden van de toen nog onbebouwde Meerweg. Vanaf de Meerweg leidt de Kerklaan in een rechte lijn naar de St. Jozefkerk met het parochiekerkhof. Vlak achter de voorganger (1894) van de huidige kerk verrees in 1895-1896 het kloostergebouw met internaat van de zusters van het Sacré Coeur. De kerk uit 1894 verzakte en moest worden afgebroken. Daarna verrees in 1900 op dezelfde plek de huidige kerk. Aan de westzijde van de Kerklaan werd de pastorie gebouwd, en een kleine dertig jaar later aan de oostzijde de St. Franciscusschool. Alle vier de onderdelen van het complex zijn gemeentelijk monument.

Bouwkundige beschrijving

Het klooster, ontworpen door de uit Haarlem afkomstige architect-aannemer Nicolaas Nelis, heeft een H-vormige plattegrond en is gebouwd in een neogotische stijl. De H-vorm omsluit twee, aan drie zijden gesloten binnenplaatsen, waarvan de zuidelijke met hoofdentree is georiënteerd op de kloostertuin en de noordelijke begrensd en geblokkeerd wordt door de St. Jozefkerk. De rationele, heldere totaalopzet van het gebouw is gebaseerd op religieus-functionele eisen van het kloosterleven. De veelheid aan architectonische, op ambachtelijke, verfijnde wijze verwerkte, details leiden vervolgens tot een verzachting van dit rationele concept en sorteren een schilderachtig, pittoresk silhouet en gevelbeeld. . In het midden van de oostvleugel bevindt zich op de tweede verdieping de kapel van het klooster. De apsis van de kapel is driehoekig van vorm en loopt door tot op de begane grond.

De stijlkenmerken van het exterieur weerspiegelen zich, weliswaar in mindere mate, in de eveneens door N. Nelis ontworpen gevels van kerk en pastorie. Dit aspect versterkt de architectonische eenheid van het totale complex.

Het kloostergebouw bestaat uit een kelderverdieping, twee bouwlagen en een forse kapverdieping onder een samengesteld zadeldak met grijze leien. Op de kap staat een slanke, octogonale dakruiter met hoge spits.

Inwendig bestaat het H-vormige kloostergebouw uit een hoofdvleugel met grote gemeenschappelijke ruimtes, hoofdtrappenhuis, kapel, eetzaal en vergaderzaal. De vier transeptarmen bevatten onder meer de individuele kloostercellen. De in elkaars verlengde gelegen hoofd- en achteruitgang aan de hoofdvleugel leiden naar het centrale trappenhuis waar ook de toegang van de kapel ligt.

De kapel is ingericht met een orgel met neogotische orgelkast (1900), een marmeren altaar (1922) en heiligenbeelden. De ramen van de kapel zijn bezet met gebrandschilderd glas-in-lood (1947).

Kloostertuin en oprijlaan

De kloostertuin wordt gekenmerkt door een landschappelijke tuinaanleg met slingerpaden, een (voormalige) moestuin, een ‘lindenlaantje’, een kleine vijver en kanaaltje met ‘sluis’. De tuin bezit drie beelden uit de bouwtijd, waaronder twee Mariabeelden (bij de Lourdesgrot en bij de vijver). Ten zuiden van de Lourdesgrot, van de kloostertuin gescheiden door dubbele hekwerken, ligt een voormalige nonnenbegraafplaats.

Aan het begin van de oprijlaan naar het hoofdgebouw staat een smeedijzeren hek. De gietijzeren pijlers ervan worden bekroond door een pijnappel. Langs de oprijlaan staat het kleine, éénlaagse, in neogotische stijl ontworpen portiersgebouwtje.

Gemeentelijk monument

Het complex St. Luciaklooster is architectonisch waardevol door de samenhang tussen de gebouwen, objecten en (semi)openbare ruimte, alsmede door de samenhang in bouwstijl van klooster, kerk en pastorie. Binnen het complex vormen klooster, kloostertuin, waterpartijen, Lourdesgrot, begraafplaats, landschappelijke tuininrichting, heiligenbeelden, portiershuisje en hekwerk een eigen eenheid. Datzelfde geldt voor Jozefkerk, pastorie, pastorietuin, parochiekerkhof, hekwerk en nabijgelegen (later gebouwde) St. Franciscusschool.

In het interieur van het klooster is vooral de kapel bijzonder waardevol. De neogotische ‘hammerbeam-constructie’ van de kap bezit, naar Nederlandse begrippen, uniciteitwaarde.

De kloostertuin vormt een groene, intieme oase binnen een min of meer verstedelijkte omgeving. De tuin is landschappelijk van belang vanwege de zichtbare afwisseling van open plekken en dichte begroeiing en de relatie tot het hoofdgebouw. De combinatie met de zichtbare herinneringen aan het kloosterverleden, zoals de moestuin, de nonnenbegraafplaats, de Lourdesgrot en de heiligenbeelden, versterken de landschappelijke en de cultuurhistorische waarden.

Dit alles tezamen vormt een uniek en gaaf ensemble, dat bovendien grote cultuurhistorische waarde heeft als herinnering aan het katholieke onderwijs in Bennebroek (lagere school) en in Nederland (pensionaat).

Tot slot vormt de Kerklaan, van belang als zichtas op het kerkcomplex, een belangrijk historisch stedenbouwkundig element.

Zie ook Kerklaan 6, Kerklaan 9 en Kerklaan 11.

Naar boven