ERFGOEDONDERWIJS VOOR GROEP 3 EN 4

download hier de pdf

SPOREN VAN VROEGER: BEWAREN

ERFGOEDONDERWIJS VOOR GROEP 3 EN 4

Inhoud

Inleiding

Doel, uitgangspunten en opzet

Lessuggesties

  1. Wat wijzelf bewaren.
  2. Sporen van vroeger worden bewaard.
  3. Spoorzoeken.
  4. Is het altijd zo geweest?
  5. Van oud naar nieuw.
  6. Welke plek bewaren we? Over Heemsteedse monumenten.

Bijlagen

  1. Vier afbeeldingen van sporen (bij les 3, ‘Spoorzoeken’)
  2. Vijf afbeeldingen van huizen (bij les 5, ‘Van oud naar nieuw’)
  3. Pdf met foto’s van bijzondere plekken in Heemstede en in de buurt van de scholen
  4. Filmpje 'Danthe en Teun ontdekken Heemstede', over bijzondere plekken in Heemstede: http://youtu.be/JankfiXf4Dg

De bijlagen 1 en 2 zijn aan het eind van dit document opgenomen.

Bijlage 3 vindt u door hier te klikken.

Inleiding

Doel erfgoedonderwijs

  • Ontdekken dat niets zomaar er zo maar is, dat er samenhang bestaat tussen vroeger en nu en dat die voorgeschiedenis nog steeds zichtbaar is.
  • Bewustzijn worden van de/onze historische context .
  • Bewustzijn worden van de/onze historische context .
  • Waardering ontwikkelen voor erfgoed en helpen oog te krijgen voor wat bewaard moet worden.
  • Kennismaken met begrippen als waarde en waardering binnen dit verband.

Primaire doelgroep

Groep 3 en 4 basisonderwijs

Aansluiting bij kerndoelen

Dit project sluit aan bij de volgende kerndoelen:

  • Oriëntatie op jezelf en de wereld 47: De leerlingen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen- en buitenland, vanuit de perspectieven landschap, wonen, werken, bestuur, verkeer, recreatie, welvaart, cultuur en levensbeschouwing.
  • Oriëntatie op jezelf en de wereld 51: De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren.
  • Kunstzinnige oriëntatie 54: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
  • Kunstzinnige oriëntatie 56: De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

Uitgangspunt

Door iets over erfgoed te ontdekken en leren kunnen kinderen waardering te krijgen voor erfgoed en gaan zij zich in de toekomst hopelijk medeverantwoordelijk voelen voor behoud van cultureel erfgoed. Tot cultureel erfgoed worden materiele en niet materiële zaken gerekend, zoals riten, feesten enz.

De lessuggesties voor groep 1 en 2 kunnen worden gezien als voorbereiding op de lessen lokaal erfgoed voor groep 3 tot en met 8.

Er is van uitgegaan dat een leerkracht over voldoende kennis dan wel vindingrijkheid bezit om samen met de leerlingen de vragen te onderzoeken. De website van historische verenigingen, archieven etc. verschaffen veel en duidelijke achtergrondinformatie. Voor Heemstede: www.hv-hb.nl, de website van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek.

Voor leerkrachten die geïnteresseerd zijn in de theoretische achtergrond van het belang van erfgoed onderwijs worden de volgende publicaties aanbevolen:

  • Cultuur in de Spiegel, Een leerplankader voor cultuuronderwijs. SLO nationaal expertise centrum Leerplanontwikkeling in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen
  • Erfgoed in de klas, een handleiding voor leerkrachten, Hereduc ( Heritage Education) eindredactie Veerle de Troyer.

Opzet

De lessuggesties hoeven niet gezien te worden als afgeronde lessen. Er worden ideeën gegeven om cultureel erfgoed in de klas te behandelen en die kunnen als onderdeel van het curriculum aansluitend bij bestaande methoden. Er kan ook worden gekozen om van de lessuggesties een afgerond project te maken.

Uit de aangeboden lesideeën, activiteiten en werkvormen kan door de leerkracht een keuze worden gemaakt. Kringgesprekken kunnen in kleiner en groter verband worden gevoerd. Opdrachten kunnen individueel en als groepsopdrachten worden uitgevoerd.

Van alles wat gemaakt, verzameld en meegebracht is, wordt uiteraard een tentoonstelling gemaakt. Daarmee wordt de waardering voor de eigen inbreng van de leerling zichtbaar gemaakt. Tijdens een afsluitende activiteit kunnen leerlingen als suppoost of rondleider een museum naspelen en andere leerlingen of ouders uitnodigen.

Extra activiteit

Tijdens het project kan een bezoek worden gebracht aan een museum, zoals het Frans Hals Museum of het Archeologisch Museum in Haarlem, mits er een korte , toepasselijke rondleiding wordt gegeven.

Ook de in ontwikkeling zijnde ‘Herinneringsmusea’ in zorginstellingen (Heemhaven) kunnen na overleg bezocht worden. Voor groep 3 en 4 kan afsluitend een bezoek worden gebracht aan de tuinen en omgeving van Het Oude Slot.

Lessuggesties

1. Wat wijzelf bewaren

  • Iets dat voor ons waarde heeft, kan voor een ander zonder waarde zijn.
  • Stil staan bij het thema ‘bewaren’ (zie erfgoedproject ‘Bewaren’ groep 1 en 2).

Start

De leerkracht heeft een alledaags maar voor hem waardevol voorwerp (schelp, tekening, polsbandje van festival, toegangskaartje concert enz.) een speciale en goed zichtbare plek gegeven. Bijvoorbeeld op een sokkel, of onder een stolp.

Gesprek over persoonlijke emotionele waarde

De leerkracht geeft aan dat het voorwerp voor hem belangrijk is, maar vertelt nog niet waarom.

  • De leerkracht vraagt de leerlingen te bedenken waarom hij dit voorwerp heeft bewaard; wat voor betekenis zou dit voorwerp voor de leerkracht kunnen hebben; wat voor waarde.
  • Hoe zou de leerkracht reageren als iemand het voorwerp (per ongeluk) weg zou gooien?
  • De leerkracht vertelt waarom dit voorwerp voor hem speciale betekenis heeft.

Het voorwerp wordt op een tafel geplaatst.

De leerkracht kan uit een van de volgende activiteiten en opdrachten een keuze maken.

Activiteit

Een verzamelaar vertelt

Iemand die verzamelt wordt met een voorbeeld van zijn verzameling in de klas uitgenodigd om zijn verzameling te laten zien, te vertellen wat de verzameling voor hem betekent, wanneer hij is begonnen met verzamelen, hoe de verzameling groeit.

Misschien is het mogelijk iets van zijn verzameling te laten voelen, ruiken, horen enz.

De leerkracht kan de leerlingen voorbereiden door vooraf te vragen wat ze zouden willen weten.

Van de verzamelaar en zijn collectie wordt een foto gemaakt en geprint. De foto krijgt een plekje op de tentoonstellingstafel.

Opdracht

  • De leerkracht vraagt de leerlingen of zij ook iets verzamelen. Of zij (met hulp van hun ouders) een foto van hun verzameling kunnen maken en mee naar school nemen(of mailen en printen)?
  • Leerlingen die een verzameling hebben kunnen die , of een deel daarvan, mee naar school nemen.
  • De leerkracht vraagt de leerlingen of zij ook een speciaal voorwerp hebben waar aan ze gehecht zijn of zij dat voorwerp mee kunnen nemen of er thuis een foto van kunnen maken.
  • De meegebrachte voorwerpen komen op de tafel te staan, de geprinte foto’s komen aan het prikbord.

2. Sporen van vroeger worden bewaard

  • In een museum worden (ook) sporen van vroeger bewaard.
  • Iedereen kan een museum bezoeken.
  • Er zijn veel verschillende musea.

Start

De leerkracht vraagt een paar leerlingen iets te vertellen over de meegebrachte foto, het meegebrachte voorwerp of de verzameling. Waarom is het voor hen dierbaar is, waarom ze het bewaren en hoe het bewaard wordt.

De meegebrachte voorwerpen, voorzien van een label met de naam van de eigenaar, worden op de tafel tentoongesteld.

Gesprek over de betekenis van een museum

De leerkracht laat (door gebruik te maken van foto’s op internet of van een filmpje op YouTube) verschillende musea zien.

De leerkracht inventariseert museumervaringen van de leerkracht aan de hand van vragen als:

  • Wie is er wel eens in een museum geweest? Waar? Wanneer? Wat was er te zien?

Activiteit: museumbezoek

De leerkracht organiseert een bezoek aan een museum. Bijvoorbeeld het Archeologisch Museum , Historisch Museum Haarlem of Frans Halsmuseum. Of een bezoek aan een herinneringsplek in een zorginstelling ( Heemhaven in Heemstede). Houd bij een museumbezoek drie begrippen in gedachte:

  • vastpakken
  • een gesprek
  • een verhaal

Indien mogelijk kiest de leerkracht een museale plek waar leerlingen, na overleg, voorwerpen mogen vastpakken (na de rondleiding of voorafgaand aan de rondleiding).

Vraag iemand van het museum om een paar voorwerpen uit te kiezen en voor de leerlingen neer te leggen.

Vragen die voor de leerlingen relevant kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld

  • Wie ziet een voorwerp waar je wat meer over zou willen weten?
  • Wat denk je dat het is? Waar werd het voor gebuikt , en door wie?
  • Hoe zou het heten, zou je zelf een naam kunnen verzinnen?
  • Wordt dit voorwerp nog steeds gebruikt? Door welk modern voorwerp is dit vervangen?

Voer vervolgens en gesprek over waarom leerlingen denken dat dit voorwerp/deze verzameling bewaard wordt.

Afsluitend zou een museummedewerker over een of twee voor hem favoriete voorwerpen een verhaal kunnen vertellen of een korte rondleiding kunnen geven.

Omdat uitwerkingen van dit project per groep en per leerkracht zullen verschillen, is het zinvol om een rondleiding ‘Op maat’ te vragen. De leerkracht vertelt voorafgaand aan het bezoek wat het thema van het project is.

Opdracht

Verhalen maken

  • De leerkracht geeft de opdracht een kort verhaaltje te schrijven over het voorwerp dat je mee naar school hebt genomen (groep 4).
  • De leerkracht geeft de opdracht een strip verhaaltje te tekenen over hoe je aan je voorwerp bent gekomen.
  • De leerkracht geeft de opdracht aan opa of oma te vragen wat zij nog van vroeger hebben bewaard.
  • De leerkracht vraagt de leerlingen van groep 4, eventueel samen met een van de grootouders, een verhaaltje schrijven over een voorwerp van vroeger. Het verhaal kan natuurlijk ook opgenomen worden met mobiele telefoon of ‘live’ in de klas verteld worden.

Een museum maken

Maak van een schoenendoos een museumzaal. De leerkracht geeft vooraf de leerlingen de opdracht na te denken over wat voor een soort museum ze zouden willen maken. De leerlingen zoeken passende plaatjes en moeten bedenken hoe die opgehangen moeten worden .Voorwerpjes kunnen ook op sokkeltjes (luciferdoosjes) geplaatst.

Alle museumzalen samen vormen een museum waarover een of meerdere leerlingen iets kunnen vertellen.

3. Spoorzoeken

  • Overal om ons zijn sporen die verwijzen naar iets wat er (ooit) was.

Start

De leerkracht laat vier verschillende foto’s (zie bijlage 1) zien met daarop de volgende onderwerpen:

  • sporen van autobanden op een zandweg
  • het Oude Slot te Heemstede
  • graffiti
  • straatnaambordje: Kerklaan

Gesprek over sporen en spoorzoeken

De leerkracht vertelt over elke foto een kort verhaaltje en vraagt de leerlingen welk verhaaltje bij welke foto past. Bijvoorbeeld: de auto die hier reed, is allang weg; twee meisjes hebben met spuitbussen een tag achtergelaten; wat voor een soort gebouw past bij mijn naam? (‘In mij woonden vroegers ridders en jonkvrouwen’.)

De leerkracht vraagt de leerlingen wat de vier foto’s met elkaar te maken hebben. Gezamenlijk wordt ontdekt dat alle vier de foto’s sporen zijn die verwijzen naar iets anders.

De leerkracht kan een keuze maken uit een van de volgende opdrachten.

Opdracht

De leerkracht heeft de naam van de school groot geprint. De leerlingen moeten bedenken waarom de school deze naam heeft.

  • De naam van de school verwijst naar iets, iemand of een plek. De naam van de school is als het ware een spoor van iets anders, van vroeger.
  • De leerkracht vertelt hoe de school aan de naam is gekomen.

Beeldende opdracht

De leerkracht geeft de leerlingen de opdracht een straatnaambord maken van de straat waar in ze wonen op ware grootte. Dat bord mag natuurlijk versierd worden. De leerkracht geeft vervolgens de opdracht thuis te vragen wat die straatnaam betekent

De straatnaamborden krijgen een plek in de klas.

Opdracht

Spel voor buiten

De leerlingen krijgen stoepkrijt en trekken een eigen spoor over de speelplaats (rond de school als daar een mogelijkheid voor is). De leerkracht geeft de begin- en eindpunten aan en vertelt dat de leerlingen zelf mogen bedenken hoe hun spoor gaat. Het mag ingewikkeld.

Na afloop krijgen de leerlingen de opdracht het spoor van een ander te volgen.

4. Heeft de……adres van de school invullen) er altijd zo uit gezien?

  • Niets is er zomaar, alles heeft geschiedenis.

Start

De leerkracht laat een aantal leerlingen vertellen over de betekenis van de naam van de straat waar zij wonen.

Activiteit

Gast in de klas

De leerkracht heeft een ouder, een straat bewoner, een grootouder , een buurtbewoner , iemand van de historische vereniging, een oud-collega, uitgenodigd om te vertellen over:

  • Hoe de buurt/de straat/ er vroeger uitzag
  • Of de straat/buurt/wijk een speciale geschiedenis heeft, of bekend is van een speciale gebeurtenis

Als er foto’s of tekeningen van vroeger zijn (zie website HVHB of historische boeken over Heemstede of gewoon google op internet) worden deze getoond.

Activiteit

Sporen zoeken in en rond de school

De leerkracht geeft de leerlingen de opdracht om rond de school sporen te zoeken die verwijzen naar iets van vroeger (kleine groepjes olv ouder/begeleider).

  • Sporen kunnen zijn: naamborden, gevelstenen, bruggen, standbeelden, huizen, onderdelen van huizen, versieringen aan huizen, speciale bomen, watertoren, kerk, brug, hekken, molen, boten, poorten enz.
  • De begeleider kan met de telefoon foto’s maken van alles wat de leerlingen per groepje aanwijzen/vinden. De foto per email sturen of foto’s printen en verzamelen.
  • Na de wandeling maakt Ieder groepje een top 3 van bijzondere plekken.
  • Iedere top 3 krijgt een plek in de klas en leerlingen kunnen bij elkaar gaan kijken en vertellen waarom dit sporen van vroeger zijn.

Niet alle sporen die leerlingen vinden zullen een duidelijke historische waarde hebben. Het is vooral belangrijk dat leerlingen ontdekken dat er om hen heen zaken zijn die verwijzen naar iets van vroeger hoe kort of lang geleden ook.

Niet iedere school ligt in een duidelijk historische context. Heemstede kent een aantal plekken waar de geschiedenis in de vorm van gebouwen nog zeer zichtbaar aanwezig is. Maar naast gebouwen zijn er in Heemstede ook andere zichtbare sporen van vroeger. Misschien minder voor de hand liggende: bruggen, grenspalen enz. Op de website van de Historische Verenging Heemstede Bennebroek is een lijst met Heemsteedse monumenten te vinden.

Denk aan:

  • Wilhelminaplein en Oude Slot voor Valkenburgschool, Nic. Beets en Voorwegschool (lopend te onderzoeken).
  • Blekersvaartweg e.o. voor Jacoba, Crayenester, Icarus, Bos en Hoven (lopend te onderzoeken).
  • Kerklaan voor De Ark, De Evenaar en de Icarus( lopend te onderzoeken).

5. Van oud naar nieuw

  • Wat is oud , wat is nieuw
  • Gebeurtenissen in het leven van een kind worden gekoppeld aan tijdbegrippen: vanmorgen… gisteren… toen ik klein was…
  • Het historisch besef wordt ontwikkeld

Start

De leerkracht verdeelt de groep in kleine groepen en vraagt of de leerlingen in volgorde van leeftijd gaan staan.

De leerkracht kan een keuze maken uit de volgende opdrachten.

Activiteit

De leerkracht geeft iedere groep 3 foto’s van huizen uit verschillende tijden (zie bijlage 2) en vraagt de groep die in chronologische volgorde te leggen(va oud naar nieuw). Deze opdracht kan worden uitgebreid door er twee foto’s bij te voegen. De leerkracht vraagt de keuze uit te leggen.

Activiteit

De leerkracht geeft de leerlingen de opdracht een foto van het eigen huis te maken.

Per groepje worden de foto’s op chronologische volgorde gelegd (het oudste huis eerst).

De leerkracht vraagt de keuze uit te leggen.

Activiteit

Via Street view in Heemstede zoekt de leerkracht een straat op (dicht bij de eigen school, of de Binnenweg) en laat leerlingen ontdekken welke gebouwen ‘oud ’ zijn en welke van deze tijd. De leerkracht vraagt de keuze uit te leggen. Andere vragen:

  • Welk gebouw is ouder: de school of het huis waar je woont? De leerkracht vraagt de keuze uit te leggen.
  • Hoe kun je daar achter komen?

Activiteit

Via Google maps laat de leerkracht een plattegrond zien van Heemstede .

  • Kunnen leerlingen zien welke straten zijn het laatst gekomen.
  • Kunnen leerlingen hun antwoord uitleggen?

Activiteit

De leerkracht kan met de leerlingen verkennen (pratend, virtueel) welke gebouwen in een oud deel van de stad kunnen staan.

Op de website van het Openluchtmuseum een mooi overzicht van historische gebouwen met hun geschiedenis. www.openluchtmuseumarnhem.nl

Beeldende opdracht

Een stad bouwen

De gebouwen en bouwsels kom in dorp en stad zijn uitgangspunt voor deze opdracht.

De leerkracht maakt samen met de leerlingen een inventarisatie: woonhuis, winkel, flat, kerk, brug, molen, poort, muur, enz. Leerlingen kunnen kiezen welk gebouw/bouwsel zij willen maken. De leerkracht vraag een of twee leerlingen ook een kasteel te maken.

Leerlingen bouwen een stad:

  • in het platte vlak dmv tekeningen. Alle tekeningen samen vormen een stad
  • ruimtelijk, van kosteloos materiaal. Alle bouwsels samen vormen een stad
  • ruimtelijk van bestaand bouwmateriaal als lego, bouwblokken, Playmobil enz.

Alle bouwsels samen vormen een stad.

Opdracht

De leerkracht vraagt boeken over kastelen mee te nemen en bespreekt ze in de klas.

6. Welke plek bewaren we? Over Heemsteedse monumenten

  • Een museum is een plek waar sporen van vroeger worden bewaard.
  • Kastelen, bruggen en oude huizen zijn te groot voor in een museum. Ze worden zelf een museum of een monument.
  • Iets kan een monument worden als we het belangrijk genoeg vinden om te bewaren.
  • Monumenten in Heemstede zijn het Oude Slot, landgoederen, het molentje bij Groenendaal, een stoomgemaal (Cruquius), bruggen, huizen, een kerk enz.

Start

De leerkracht vertelt onderstaand verhaal:

‘Een kasteel in Heemstede’

Er was eens, heel lang geleden, een graaf. Hij heette Floris de Vijfde. Er waren in die tijd zo veel Florissen, dat iedere belangrijke Floris een nummer achter zijn naam kreeg.

FLoris de Vijfde was een machtig man. Hij was de baas over een heel groot gebied. Haarlem, Alkmaar, Zandvoort en Heemstede hoorden daarbij. Wij vinden dat nu niet meer zo groot. Met de auto ben je er zo. Maar omdat er in die tijd geen internet, auto’s en mobieltjes waren, moest je, als iemand iets wilde vragen, op je paard springen of met de koets mee. En omdat de wegen zandwegen waren vol gaten en kuilen, was je uren onder weg. Als het regende zat je onder de blubber en kwam je niet vooruit. Ook lagen er struikrovers op de loer en dan moest je terugkeren en een andere weg nemen. Op het laatst zat Floris alleen nog maar op zijn paard.

Hij vond het niet leuk dat besturen in zijn eentje. Daarom gaf hij een van de stukken land aan ridder Dirk. Dat stuk land heette Heemstede. Vanaf die tijd zorgde ridder Dirk ervoor dat de mensen hier geen ruzie maakten, dat struikrovers werden weggejaagd en dat dat dieven in de gevangenis kwamen.

Als beloning hoefde ridder Dirk niet meer in een gewoon huis wonen maar mocht hij een echt kasteel bouwen. Hij begon met een hoge vierkante toren waarin hij ging wonen. Dat kasteel heette ’Het huis te Heemstede’ en wij kennen het nog als het Oude Slot. Om zich te beschermen liet hij een diepe gracht graven rond zijn kasteel. Dat kasteel werd vaak aangevallen door andere ridders die het land wilden inpikken en dan werden er stukken van af geschoten.

Jaren later werd Adriaan de baas over Heemstede. Hij liet het verwoeste kasteel opbouwen. Maar hij gebruikte het vooral als feestkasteel voor grote diners en dansavonden voor belangrijke gasten uit binnen- en buitenland. Het was niet meer een heel sterk kasteel, maar wel mooi versierd. Adriaan was niet alleen bekend in Heemstede, hij werkte ook voor de regering. Dan werd hem om raad gevraagd bij moeilijke problemen.

Na Adriaan woonden er nog wat andere kasteelheren, maar die zijn allemaal verjaagd of vertrokken. Het kasteel kwam leeg te staan, niemand zorgde er meer voor en uiteindelijk stortte het bijna helemaal in. Toen is het kasteel afgebroken, nu ongeveer 200 jaar geleden.

Gelukkig is het niet helemaal weg. Er staat nog een stuk van de poort en de slotgracht is er nog. En een prachtige brug die Adriaan heeft laten bouwen. En als je over de brug loopt, zie je het sloteiland, dat is nu een groot groen grasveld. Daar heeft vroeger het slot gestaan. En als we daar zouden mogen spitten, dan…

Aansluitend

Op de website van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek (www.hv-hb.nl ) staat een filmpje met uitleg over het Oude Slot (onder ‘Voor de jeugd/Erfgoedlessen/Adriaan Pauw).

Start het filmpje op sec. 3.20 (‘de burcht die Adriaan Pauw kocht heette…) tot en met sec. 6.48 (einde muziek, beeld zwart)

Activiteit

Met de klas wordt het volgende besproken:

  • Waarom het jammer is dat het kasteel is afgebroken.
  • Waarom men nu heel zuinig is op de resten van dit kasteel.
  • Hoe wordt een gebouw, brug, of molen genoemd, dat we zo belangrijk vinden dat het bewaard moet blijven? Het begrip monument wordt inhoud gegeven. Welke monumenten zijn bekend?
  • De leerkracht vraagt wat leerlingen denken te vinden als zouden mogen graven op het sloteiland. Deze vraag kan ook gesteld worden als een bezoek wordt gebracht aan het Oude Slot.

Activiteit

Met de klas wordt een bezoek gebracht aan de resten van het Oude Slot.

Als dat bezoek plaatsvindt kan bovenstaand verhaal ook ter plekke worden verteld. Het Oude Slot is geen openbare instelling meer. Alleen de tuinen zijn vrij toegankelijk. Door het openbare park kom je bij een nieuwe brug die over de slotgracht leidt naar de poort en de oude brug. Je steekt dan dwars over een groengrasveld waaronder de resten van het Huys te Heemstede begraven liggen. Foto’s van deze resten zijn te vinden op de website van de vereniging Oud Heemstede Bennebroek.

Activiteit

Welke monumenten in Heemstede ken je?

Met de klas wordt een ‘Heemsteedse monumentenlijst ‘opgesteld .

( voor extra informatie zie: Heemsteedse monumentenlijst www.hv-hb.nl)

Beeldende opdracht

Het Oude Slot

  • De leerkracht vraagt de leerlingen na te denken over hoe het Oude Slot er zou hebben uitgezien toen Dirk het bouwde. De leerlingen tekenen, plakken, of bouwen een versterkte burcht (groepswerk).
  • De leerkracht vraagt de leerlingen na te denken over hoe het Oude Slot er zou hebben uitgezien als feestpaleis. De leerlingen tekenen, plakken, of bouwen een versterkte burcht (groepswerk).

Achtergrondinformatie over ‘Het Huys te Heemstede’ is te vinden op onder meer:

www.skbl.nl  (de site van de Stichting Kastelen, Buitenplaatsen Landgoederen)

www.hv-hb.nl  (de site van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek)

Afsluiting

Door Fred Prang van de videoclub Close Up uit Haarlem is voor groep 3 en 4 een kort filmpje gemaakt over Heemsteedse monumenten en andere bijzondere plekken: ‘Danthe en Teun ontdekken Heemstede’. Hierin zijn enkele monumenten en andere voor de kinderen bekende Heemsteedse plekken te zien. Er kan naar aanleiding van het filmpje met de kinderen gesproken worden over de plekken die zij herkennen, wat monumenten zijn, wanneer iets een monument is/wordt, wat in het filmpje nu wel en geen monumenten zijn etc. Link naar het filmpje: http://youtu.be/JankfiXf4Dg

Colofon

Het Erfgoedproject ‘Sporen van vroeger’ is mede mogelijk gemaakt dankzij de subsidieregeling Cultuur om de Hoek van Plein C (onderdeel Cultuurcompagnie Noord-Holland). Het project is tot stand gekomen in opdracht van het primair onderwijs van de gemeente Heemstede, vertegenwoordigd door Melissa van Waarde. Zij is Combinatiefunctionaris Lezen & Cultuur van de gemeente Heemstede, via de Bibliotheek Zuid-Kennemerland.

Samenstelling en eindredactie

Hanneke Prins-Roozen

Bron

Erfgoed in de klas, een handleiding voor leerkrachten, Hereduc (Heritage Education), eindredactie Veerle de Troyer.

Adviezen

Jaap Verschoor, voorzitter Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek

Lucienne Uytendaal, Francien van Beusekom en Karin Putzes, groepsleerkrachten

Esther Windhorst, groepsleerkracht en cultuurcoördinator

Film

Fred Prang, videoclub Close Up uit Haarlem

Reacties

Wij stellen uw reactie zeer op prijs. Die kunt u sturen aan de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek: secretaris@hv-hb.nl

Bijlage 1. Sporen

Bijlage 2. Huizen

Deze woningen zijn chronologisch in de juiste volgorde. Voor de opdracht svp los knippen en verspreid neerleggen.

Naar boven