Dossier Voormalig postkantoor Binnenweg Heemstede

Waardestelling voormalig postkantoor Binnenweg, Heemstede

De HVHB pleit ervoor het voormalig postkantoor aan de Binnenweg in Heemstede de gemeentelijke monumentenstatus te verlenen. Daartoe heeft het bestuur een waardestelling laten opstellen.

De hierna volgende Waardestelling voormalig Post- en Telegraafkantoor, Binnenweg 160, Heemstede, ontworpen door Dick Greiner en gebouwd in 1958-1959, is najaar 2010 opgesteld door dr. W.A. (Wim) de Wagt, architectuurhistoricus te Heemstede.

Wat is een waardestelling?

Een waardestelling benoemt de historische waarden van een gebouw, gebouwencomplexen of bepaald gebied, ent beargumenteert waarom bepaalde gebouwen of structuren het behouden waard zijn. Daarbij worden verschillende criteria gewogen, zoals cultuurhistorie, architectuur, bouwhistorie, ensemblewaarde en stedenbouwkundige waarde.

Waarom een waardestelling voor Binnenweg 160?

Opdrachtgever tot het opstellen van de waardestelling was de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek. Met deze waardestelling ligt er een deskundige onderbouwing van het monumentale karakter van het Postkantoor.

De HVHB ziet – mede op basis van deze waardestelling - het Postkantoor aan de Binnenweg als een van de belangrijkste voorbeelden van wederopbouwarchitectuur in de gemeente Heemstede en van eminent architectuurhistorisch belang. Hierin wordt de HVHB ondersteund door instanties als de Bond Heemschut en het Cuypersgenootschap.

De HVHB streeft ernaar dat het Postkantoor een beschermde status krijgt en geplaatst wordt op de gemeentelijke monumentenlijst.

Thans heeft het gebouw een winkelfunctie, maar het leent zich ook goed voor andere doeleinden. Met de centrale ligging en de voormalige tuin op zuidwesten zou het bijvoorbeeld ook een horecabestemming kunnen krijgen: Grand Café Heemstede. Ook zou de bibliotheek er gevestigd kunnen worden, gecombineerd met enkele maatschappelijke en culturele functies.

Hieronder de waardestelling van Wim de Wagt.

Waardestelling voormalig post- en telegraafkantoor,

Binnenweg 160, Heemstede,

ontworpen door Dick Greiner, gebouwd 1958-1959

Dr W.A. de Wagt, architectuurhistoricus

Beschrijving van het oorspronkelijke gebouw

1. Geschiedenis

Het in 1958-1959 gebouwde post- en telegraafkantoor aan de Binnenweg is de opvolger van het post- en telegraafkantoor aan de Raadhuisstraat / hoek Postlaan, gebouwd in 1921-1922. Al in de jaren dertig plande de PTT de nieuwe vestiging aan de Binnenweg. Met het oog hierop werd in 1938 een perceel van de weduwe P. van den Berg-Preijde aangekocht aan de oostzijde van deze straat, vlakbij de Spaarnzichtlaan. Maar vanwege de bezetting kwam de planvorming stil te liggen. Intussen (in 1941) had de PTT het pand aan de Raadhuisstraat al wel verlaten, de postdiensten werden zolang verricht in een houten noodgebouw aan de overzijde van de Binnenweg, zo ongeveer tegenover het latere postkantoor.

In de jaren vijftig werd de planvorming met betrekking tot het post- en telegraafkantoor aan de Binnenweg hervat. De PTT, afdeling Centrale Gebouwen, nam de Amsterdamse architect Dick Greiner in de arm voor het maken van een bouwplan. Hoewel zijn plan in 1956 gereed was, moest de PTT wachten tot juni 1958 voordat begonnen kon worden met de bouw. Oorzaak was een door de rijksoverheid afgekondigde bestedingsbeperking, een veelvuldig voorkomend fenomeen tijdens de wederopbouw. In september 1959 werd het nieuwe postkantoor eindelijk in gebruik genomen.

Het nieuwe postkantoor was het vierde exemplaar in Heemstede: voordat de vestiging op de hoek van de Raadhuisstraat en de Postlaan in gebruik werd genomen konden de Heemstedenaren terecht in het post- en telegraafkantoor daar recht tegenover, dat in 1889 gebouwd werd. Het allereerste, nog zeer eenvoudige (hulp-)postkantoor opende zijn deuren in 1853. Beide voormalige postkantoren aan de Raadhuisstraat zijn overigens gemeentelijk monument.

Op de plek waar de weduwe Van den Berg-Preijde haar huis in 1908 liet bouwen bevond had zich overigens sinds de achttiende eeuw de buitenplaats Land- en Spaarnzicht bevonden, waarover verder weinig bekend is.

2. De architect

Dick Greiner (1891-1964) was een kundige, veelzijdige en ten tijde van het postkantoor zeer ervaren architect die het stempel droeg van de belangrijkste architectuurstromingen van zijn tijd. Als beginnende architect met een eigen bureau (dat hij begon in 1922) onderging hij de invloeden van de Amsterdamse School en het functionalisme en stelde hij zich open voor bouwkundige vernieuwingen, zoals betonbouw. Behalve architectuurontwerpen maakte hij ook meubels en glas-in-lood ontwerpen, hij schilderde, tekende en aquarelleerde en wist veel van het bouwambacht. Het meest bekend is hij vanwege zijn projecten in het fameuze Betondorp in de Amsterdamse Watergraafsmeer, waarvoor hij in de jaren twintig woningen en een bibliotheek ontwierp. Hij hield zich verder vooral bezig met woningbouw, scholen en fabrieksbouw en ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van de nieuwbouw en verbouwing van theaters, bioscopen en cafés, zoals het bekende Alhambra in de hoofdstad en het Citytheater in Rotterdam (beide uit 1945). In Haarlem ontwierp hij de Huishoud- en Industrieschool in het Rozenprieel (1934-1935) en een bijgebouw van de Montessorischool in Haarlem-Zuid (1951). Zijn werk karakteriseert zich door een evenwichtig samengaan van functionaliteit en vormgeving, van moderne en traditionele ontwerpprincipes, van bouwkundige state of the art en pure ambachtelijkheid. Hij was een voorstander van de samenwerking tussen architecten en beeldhouwers, zoals blijkt uit een artikel dat hij over dit onderwerp publiceerde in het Bouwkundig Weekblad (1948).

3. Heemsteedse architectuur in de jaren vijftig

Toen het postkantoor ontworpen en gebouwd werd (1956-1959) waren in Heemstede de eerste activiteiten sinds de bezetting merkbaar van nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen en bouwactiviteiten. Er werd een begin gemaakt met nieuwe woningbouwprojecten (onder andere de Indische Buurt en Glip I) en verspreid over de hele gemeente kwamen diverse nieuwbouwprojecten van de grond, zoals het Minervatheater aan de Binnenweg, flatgebouwen aan het Valkenburgerplein en aan de Heemsteedse Dreef en een verscheidenheid aan particuliere woonhuizen. Over het geheel genomen kenmerken deze projecten zich door een sobere architectuur. Het meest bekende en gewaardeerde bouwwerk uit deze periode is de gereformeerde Pinksterkerk aan de Camplaan uit 1957, ontworpen door de architecten Nielsen, Spruit en Van der Kuilen. De kunstenaar Berend Hendriks maakte voor de voorgevel van dit kerkgebouw een gekleurd glas in beton-raam. De Pinksterkerk is inmiddels een rijksmonument.

4. Situatie en plattegrond

Het terrein van het voormalige post- en telegraafkantoor heeft een onregelmatige vorm en wordt aan drie zijden omsloten door particuliere woonhuizen en tuinen. Vanwege richtlijnen met betrekking tot de rooilijn moest de voorgevel van het gebouw in lijn met de aangrenzende bebouwing op meters afstand van de straat komen te liggen. Behalve de terreingrenzen en rooilijnen bepaalden de strenge eisen van de PTT het bouwprogramma, dat zeer bindend was. De afdeling gebouwen van de PTT ontwierp de hoofdlijnen van de plattegrond en de verdeling van de diverse functies en voorzieningen, zoals blijkt uit een schetsplan d.d. 30 oktober 1955. Het was vervolgens aan Greiner om deze hoofdopzet te verfijnen en er passende architectuur voor te ontwerpen.

In maart 1956 had Greiner zijn eerste plan op tekening. In overeenstemming met het PTT-plan bracht hij de twee hoofdfuncties – de verwerking van de brief- en pakketpost en de dienstverlening aan het publiek – onder in twee rechthoekige, haaks op elkaar geplaatste volumes. Het voorste volume omvatte een grote, hoge hal met wachtruimte voor het publiek en werkruimte van het baliepersoneel. Beide functies namen precies evenveel ruimte in beslag en werden van elkaar gescheiden door een wand met loketten. Aan weerszijden van de hal lagen in twee bouwlagen de personeels-, dienst en verkeersruimtes.

Het achterste volume werd gedomineerd door een grote, hoge zaal waar de postbestellers hun werk deden. Verder waren hier de laad- en losruimte voor de postauto’s en de expeditie te vinden. Onder dit volume werd een compleet ingerichte schuilkelder met een commandopost van de Bescherming Burgerbevolking geprojecteerd, zoals dat gebruikelijk was bij overheidsgebouwen ten tijde van de Koude Oorlog. Aan de achterzijde van het gebouw bevond zich een bergplaats voor rijwielen en ‘carriers’, de bekende duwwagentjes van de postbodes.

Het belangrijkste verschil met de PTT-opzet uit 1955 is, dat Greiner de plattegrond aanvankelijk spiegelde waardoor deze de vorm van een L kreeg. Een gevolg was dat de publieksingang links van de hal werd gepland. Greiner heeft deze entree bovendien een veel nadrukkelijker vorm gegeven dan in het PTT-plan. De postauto’s, de postbodes met hun carriers en het personeel betraden het gebouw aan de achterzijde via een doorgang aan de rechterzijde van het gebouw.

In het definitieve, uit 1958 daterende ontwerp is deze opzet echter weer teruggedraaid. Wat de reden is geweest van deze manoeuvres is niet duidelijk.

De overblijvende ruimte vóór, naast en achter het gebouw werd ingericht als tuin. Het terrein werd van het trottoir afgescheiden door een lage muur. Op het voorterrein werd een vlaggenmast geplant.

5. Architectuur

De hoofdconstructie van beide volumes bestaat uit gewapend betonnen portalen. Deze waren nodig omdat de twee grote binnenruimtes vrij moesten worden overspannen, dat wil zeggen zonder gebruik te maken van een kolomconstructie in het interieur. De ruimte tussen de portalen in de gevels is opgevuld met lichtgeel metselwerk en donkerkleurige raam- en deurkozijnen. In de voorgevel zijn tussen de kolommen van de portalen vier grote ramen geplaatst. Verder wordt de grote zaal van dit volume aangelicht door een achttal ronde daklichten. De bestellerzaal in het achterste volume wordt, behalve door een reeks hoog geplaatste ramen in de zuidelijke muur, van boven af aangelicht door ramen in een verhoging van het dak. Beide volumes hebben een plat dak. Dit in tegenstelling tot de ontwerpschets van de PTT uit 1955, waarin het gebouw een hoge schuine kap heeft, vermoedelijk bedoeld als referentie naar de woonbebouwing in de directe omgeving.

In de voorgevel is de symmetrische indeling van het volume vertaald in een breed, transparant middenstuk waarin zich de omvangrijke ramen bevinden, geflankeerd door twee dichte, naar voren stekende hoekdelen. Dit is in de grond een klassieke opzet die de façade een voornaam, representatief karakter geeft. Hierdoor is het gebouw sterk gericht op de straat en geeft het op passende wijze uitdrukking aan zijn publieke functie.

De houten raamkozijnen van het middenstuk zijn geplaatst in een betonnen omkadering, die ten opzichte van de bakstenen gevel naar voren steekt en daardoor als een afzonderlijk vlak werkt. Aan de onderzijde bevindt zich een natuurstenen plint. De publieksentree bevindt zich in het rechter hoekdeel dat enkele meters naar voren uitsteekt. Een trappartij van enkele treden en een uitnodigende, over het gehele trapbordes uitkragende luifel moesten het de bezoekers gemakkelijk maken. Bovenop de luifel was de functie van het gebouw kernachtig aangeduid met de grote letters: POST. De zijwanden van de entree zijn bekleed met stenen platen. Oorspronkelijk waren aan de linkerzijde de brievenbussen bevestigd.

De zijgevels van het gebouw bestaan uit metselwerk, onderbroken door raam- en deurkozijnen. De rechter zijgevel bevat boven de hoofdentree, waar de personeelskantine ligt, een royale raampartij met een Frans balkon. Rechts hiervan is een groot raam aangebracht in een uitstekende, houten omlijsting; dit raam verlichtte een dienstruimte. In de rechter zijgevel van de bestellerzaal zijn de gemetselde vlakken teruggeplaatst, waardoor de betonnen kolommen voor een nadrukkelijke visuele geleding zorgen. Boven de expeditie, links aan de achterzijde van het gebouw, is een grote betonnen luifel aangebracht, voorzien van ronde uitsparingen.

De raamkozijnen zijn gemaakt van Afzelia Cameroun, een sterke, duurzame en fraaie houtsoort. Vooral in de grote raampartijen van de voorgevel komen de bijzondere esthetische eigenschappen van dit materiaal goed tot hun recht.

6. Interieur

De PTT stelde ook aan de afwerking van het interieur bijzondere eisen. Het bedrijf wilde dat het interieur geen standaard kantoorsfeer zou ademen. Het nieuwe postkantoor moest een zo min mogelijk ‘ambtelijk’ gebouw werd. Greiner kreeg de opdracht een aangename, visueel gevarieerde omgeving voor de werknemers en bezoekers te ontwerpen, teneinde ‘door goede kleuren en afwisseling, het monotone dat in dergelijke zakelijke gebouwen vaak optreedt, te vermijden.’

Behalve de overvloedige lichtinval en stoere architectuur vormde de combinatie van een lichtkleurige afwerking van wanden en vloeren met een donkerbruine betimmering zijn antwoord op deze eisen.

Het interieur van beide grote zalen wordt sterk bepaald door de portaalconstructie. In de hal van het voorste volume zijn de portalen volledig in het zicht gelaten. De liggers die het dak dragen hebben een gewelfde vorm, wat in combinatie met de lichtkoepels daartussenin een bijzonder ruimtelijk schouwspel oplevert. De lichtkoepels, die vooral tot doel hadden de balies daaronder te verlichten, zijn uitgevoerd in perspex. In de bestellerzaal is het de langwerpige, gedeeltelijk verglaasde verhoging van het dak die voor een opmerkelijke ruimtelijk effect zorgt.

De zijwanden van de hal in het voorste volume kregen een donkerkleurige grenenhouten betimmering. Ook het plafond werd afgewerkt met een donkere houtsoort, Red Wood. Aan de zijde met de grote ramen stond een drietal in meubelplaat uitgevoerde lessenaars, waar bezoekers hun brieven konden gereedmaken voor verzending en dergelijke. De lange wand onder de loketten kreeg een afwerking met blauw glasmozaïek. De vloer van de hal was belegd met grijze natuurstenen (namelijk kwartsiet) platen.

De wanden van de personeelskantine en de aangrenzende keuken op de verdieping waren gedeeltelijk voorzien van een betimmering en glasmozaïek. De vloeren, wanden en plafonds van de bestellerzaal en aangrenzende ruimten werden eenvoudiger afgewerkt: de vloeren met marmoleum, de wanden met stucwerk of tegels.

De vestibule van de publieksentree kreeg veel aandacht van de architect. De wanden werden voorzien van glasmozaïek in de kleuren donkerblauw en grijsgeel en zwartmarmeren platen. De vloer bestond uit dezelfde natuurstenen platen als in de grote hal, het plafond werd lichtblauw geverfd. In de rechter wand was een groot vierkant raam gemaakt met een daarin een kunstwerk van kleurig glas (zie hieronder). De vensterbank bestaat uit een zwartmarmeren plaat. Bezoekers betraden vervolgens de publiekszaal via een donkerhouten draaideur.

7. Monumentale kunst

De finishing touch bestond uit de verrijking van het gebouw met monumentale kunst. De wettelijke percentageregeling voor overheidsgebouwen die inhield dat een bepaalde som van het bouwbudget moest worden besteed aan speciaal voor het gebouw gemaakte en hiermee verbonden kunstwerken, bood hiervoor de ruimte. Het was gebruikelijk dat de PTT veel aandacht aan kunst en vormgeving besteedde. Het staatsbedrijf liet zich in verband hiermee bijstaan door een esthetisch adviseur, de kunstenaar Christiaan de Moor (1951-1964). Bij de bouw van postkantoren werd steevast een beroep gedaan op schilders, beeldhouwers, glaskunstenaars en dergelijke om het interieur en exterieur van een kunstzinnige noot te voorzien. Deze traditie gaat terug tot de negentiende eeuw en heeft tot ver in de 20ste eeuw stand gehouden. Ook het uit 1922-1923 daterende postkantoor aan de Raadhuisstraat getuigt hiervan, zie de bouwsculptuur in de voorgevel. Een ander belangrijk voorbeeld in de omgeving is het in dezelfde periode gebouwde Haarlemse postkantoor aan de Gedempte Oude Gracht, hoek Raaks, waarin een rijke hoeveelheid beeldhouwwerk en gebrandschilderd glas werd aangebracht. Tegelijk met het Greiners postkantoor werd in Rotterdam een nieuw zeer groot stationspostgebouw opgeleverd naar ontwerp van de gebroeders Kraayvanger, en ook dit was aangekleed met een ruime hoeveelheid monumentale kunstwerken.

In overleg met De Moor werden voor het Heemsteedse postkantoor drie kunstenaars aan het werk gezet: Carel Kneulman die voor de gevel een bronzen sculptuur maakte, Jan Meyer die in de grote hal en de kantine muurschilderingen aanbracht, en diens echtgenote, Mechtilt Meyer die het raam in de vestibule van geappliqueerd glas voorzag. Voor de tuinaanleg aan de voorzijde van het gebouw ten slotte werd de bekende tuinarchitect Mien Ruys aangetrokken.

De sculptuur van Kneulman kreeg een opvallende plaats hoog aan de gevel van het linker risaliet. Het bronzen beeld werd geplaatst op een granieten blok, is tweeënhalve meter hoog en weegt vierhonderd kilo. De grillige, organische vormen verwijzen in abstracte zin naar ‘het uitbotten in de lente, de wrede kracht waarmee het nieuwe leven baan breekt’, aldus Kneulman in een toelichting. De kunstenaar beoogde hiermee ‘de vitaliteit van de post uit te beelden, de uitbreiding en verjonging van het P.T.T.-bedrijf.’ Carel Kneulman (1915-2008) was een goed aangeschreven kunstenaar met tal van exposities in binnen- en buitenland. Zijn bekendste sculptuur is Het Lieverdje op het Spui in Amsterdam (1959).

De omvangrijke muurschilderingen die Jan Meyer in de publiekszaal maakte bevinden zich hoog op de muren aan de korte zijden. Ze kenmerken zich door een breed opgezet, grillig weefsel van dooreen gevlochten banen verf waarin grijstinten afgewisseld door kleurige accenten overheersen. Het zou kunnen dat de cirkelvormige bewegingen geïnspireerd zijn door de ronde daklichten. In de grote, serene ruimte zorgen ze voor een welkom informele, spontane atmosfeer. Kneulmans werk voor de kantine zit boven het buffet van de keuken en vormt een kleine variant van de schilderingen in de hal. Behalve monumentale toegepaste kunstwerken schilderde Jan Meyer (1927-1995) vooral lyrisch-abstracte doeken. Hij woonde met zijn vrouw vanaf 1960 permanent in Frankrijk en net als Kneulman genoot hij een goede reputatie en is zijn werk internationaal veelvuldig tentoongesteld.

Het glasraam van Mechtilt Meyer in de publiekshal is ogenschijnlijk losjes gecomponeerd uit een veelheid van kleurige vlakken, zoals een mozaïek. Anders dan de bijdragen van de twee andere kunstenaars vertoont het verwantschap met de abstract-geometrische stromingen in de Nederlandse kunst van de 20ste eeuw. Het werk creëerde in de vestibule een intieme, warme atmosfeer en zorgde bij invallend zonlicht - het raam bevindt zich op het zuiden – voor een kleurig effect op de natuurstenen vloer. Mechtilt Meyer (1934-2000) deed behalve aan schilderen en tekenen ook aan kunstbeschouwingen in buitenlandse media, ze maakte kunstenaarsboeken en was onderwerp van filmdocumentaires.

De tuinaanleg van Mien Ruys (ontwerptekening d.d. 27 mei 1959) besloeg het voorterrein, de stroken aan weerszijden van het gebouw en de achtertuin. Het voorterrein kreeg een rechthoekige indeling met als belangrijkste elementen een gazon en een gevarieerd samengestelde plantenborder. Een solitaire prunus gaf het gazon een verticaal accent. Het muurtje dat het terrein van het trottoir afgrenst is gemetseld uit donkerbruine Groninger steen. De terreinafscheidingen aan weerszijden van het gebouw kregen een begroeiing van hoofdzakelijk clematis, klimrozen en kamperfoelie. Mien Ruys (1904-2003) was een van de meest invloedrijke tuinarchitecten van de 20ste eeuw. Aan tal van spraakmakende architectuur- en stedenbouwkundige projecten van de Moderne Beweging leverde zij ontwerpbijdragen. Daarnaast werkte zij in opdracht van tal van particulieren en bedrijven. Haar bureau beschikte over een eigen kwekerij in Dedemsvaart.

Waardering

Bij de opening kreeg het postkantoor veel waardering. Vooral de synthese van een zakelijke, openbare functie en een humane, kunstzinnige atmosfeer werd geroemd. De districtsdirecteur van de PTT, P.J. Waale, meende: ‘Twaalf bijkantoren zijn er in dit district, maar vandaag is wel het mooiste in dienst gegaan.’

Journalisten van dag- en weekbladen velden zonder uitzondering een positief oordeel. Unaniem werd de ‘lichte, fijne sfeer’ geprezen. Een anonieme journalist schreef: ‘We zullen in de naaste toekomst niet alleen voor postzegels – en wat dies meer zij – maar ook voor wat levensvreugde in het postkantoor terecht kunnen.’

Ook de verschillende kunsttoepassingen konden op bijval rekenen. Esthetisch adviseur De Moor liet zich bijvoorbeeld uit over het meest opvallende onderdeel, de sculptuur van Kneulman aan de voorgevel, de blikvanger van het gebouw. ‘Hier is een beeld gecreëerd (…) dat in juiste proporties en volumes tot een symbool werd, een levend en veelzeggend teken’, aldus De Moor.

Huidige toestand

Het postkantoor is op dit moment in handen van twee ondernemingen die het gebouw verhuren aan een winkelbedrijf. TPG (de opvolger van de PTT) verliet het gebouw al in 2006. Met het oog op de nieuwe functie is het gebouw vooral ‘cosmetisch’ aangepast – grote bouwkundige wijzigingen hebben (nog) niet plaatsgevonden. De imposante raamkozijnen van de voorgevel bijvoorbeeld zijn nu lichtkleurig geverfd. Verder is het exterieur tamelijk verwaarloosd. De hoofdvormen van het exterieur en het interieur zijn tot op de dag van vandaag echter behouden gebleven en bovendien zijn de kunstwerken nog aanwezig, hoewel ze niet allemaal nog (goed) zichtbaar zijn. In de publiekshal is de karakteristieke lokettenbalie begin jaren negentig verwijderd. De overige aankleding van het voor het publiek toegankelijke interieur, dat wil zeggen betimmeringen, wandtegels, glasmozaïek en vloerplaten, zijn of verwijderd of gaan verborgen achter de huidige aankleding. Wel zijn de oorspronkelijke wand- en vloertegels in het tappenhuis van het voorste volume behouden. De sculptuur van Kneulman bevindt zich nog steeds op zijn oorspronkelijke plek aan de voorgevel en lijkt in redelijke toestand te verkeren. Het glasraam van Mechtilt Meyer in de vestibule en de muurschilderingen van Jan Meyer in de grote hal gaan schuil achter de huidige afwerking, maar zijn wel nog aanwezig. De wandschildering in de personeelskantine kan nog bewonderd worden op zijn oorspronkelijke plek, maar de rest van de vroegere aankleding van deze ruimte is verdwenen of niet meer zichtbaar. De opening van de keuken is dichtgezet. De schuilkelder met aanpalende ruimtes onder het gebouw bestaat nog steeds, maar van de oorspronkelijke uitrusting en inrichting is niets bewaard gebleven. Van de tuinaanleg van Mien Ruys is ook niets meer te herkennen. Het bakstenen muurtje op de grens van het trottoir is er nog wel.

Motivering voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst

Het voormalige districtspostkantoor aan de Binnenweg is chronologisch het vierde in een reeks van postkantoren in Heemstede. Wat betreft de functie, ligging, architectuur en de met het gebouw verbonden kunstwerken is het de meest belangrijke, opvallende en ook kwalitatief meest interessante van de Heemsteedse postkantoren. De functie van districtspostkantoor zorgde ervoor dat het gebouw tientallen jaren lang een zeer belangrijke plaats innam voor zowel het regionale postbedrijf als het lokale publiek. Dit verleent het gebouw een voorname cultuurhistorische betekenis.

De prominente ligging in het hart van het zich na de Tweede Wereldoorlog sterk ontwikkelende winkelgebied aan de Binnenweg kwam tegemoet aan de functionele eigenschappen. Weliswaar is het gebouw omvangrijk, maar vanwege de achteruit geschoven positionering op het terrein past het uitstekend tussen de afwisselende bebouwing aan de Binnenweg. Aan de harmonieuze situering draagt de symmetrische, evenwichtig gecomponeerde en transparante voorgevel in belangrijke mate bij, evenals de uitnodigende publieksentree en de markante gevelsculptuur. Het gebouw is daardoor sterk beeldbepalend en heeft een hoge situationele waarde.

Aan de architectonische verschijningsvorm zijn de diverse functies van het gebouw goed afleesbaar. De twee hoofdfuncties zijn ondergebracht in twee met elkaar verbonden volumes, waarvan het publieksdeel zich zeer duidelijk manifesteert door middel van de opmerkelijk transparante voorgevel. Architectuurhistorisch gezien vormt het bouwwerk een geslaagde uitwerking van deze én andere moderne ontwerpprincipes, constructiemethoden en materialen, die naadloos zijn gecombineerd met enkele meer traditionele uitgangspunten. De bij uitstek moderne betonnen portaalconstructie en extreme raampartijen van de voorgevel gaan bijvoorbeeld samen met een verfijnde, ambachtelijke afwerking van interieur en exterieur, waarbij de weloverwogen integratie van monumentale kunst een belangrijke rol speelt.

In de eerste plaats vormt de toepassing van deze bijzondere, door drie kunstenaars gemaakte kunstwerken een antwoord op een belangrijke eis van de PTT, namelijk om de zakelijke architectuur van de postkantoren te verrijken met een kunstzinnige dimensie. Tegelijkertijd is het kenmerkend voor de werkwijze van de architect, Dick Greiner, die in zijn projecten veelal moderne en traditionele elementen met elkaar verbond en veel zorg besteedde aan vormgeving en de toepassing van kunst.

Verder kan de symbiose tussen modernistische architectuur, vormgeving, ambachtelijke werkwijzen en monumentale kunst model staan voor een belangrijke richting in de architectuur uit de jaren vijftig en zestig waarin gezocht werd naar een eigentijdse, op het modernisme geënte architectuur die het beste van de historische bouwkunst behield. In Heemstede is behalve de Pinksterkerk geen ander voorbeeld van deze richting in de architectuur te vinden. Om deze redenen is het gebouw van een eminent lokaal architectuurhistorisch belang.

De aanwezigheid van de schuilkelder verleent het gebouw een extra militair-historische waarde.

Bij elkaar opgeteld zijn de architectuurhistorische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van dien aard, dat plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst zeker is gerechtvaardigd.

Aanbevelingen

Het verdient aanbeveling om de nog aanwezige bijzondere kenmerken van de architectuur, inclusief de kunstwerken, te conserveren, weer aan het licht te brengen en waar nodig te restaureren. Dit zou de verschijningsvorm van de oorspronkelijke architectuur zeer ten goede komen.

In verband met de kunstwerken verdient het aanbeveling om contact op te nemen met het Instituut Collectie Nederland (ICN), dat onderzoek doet naar de monumentale kunst uit de wederopbouwperiode, en tevens de nazaten van de verschillende kunstenaars. Ook is het raadzaam contact op te nemen met het Atelier Rijksbouwmeester, waar veel expertise aanwezig is in verband met de waardering en renovatie van architectuur en monumentale kunst uit de wederopbouw.

Bronnen:

Literatuur: Bedrijfsbanden PTT, 20, 10, okt. 1959; Bouwkundig Weekblad 1964, 200-201, ‘Post- en telegraafkantoor te Heemstede. Architect Dick Greiner’, Haarlems Dagblad 15.12.1954; 20.6.1958; 5.9.1959; 9.9.1959; 6.8.1960.

Archief: Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam, GREI, 175-176, 297, 303.

Naar boven