Heemstede, Glipperdreef 199: Mariënheuvel / Meer en Berg (complex)

Oorspronkelijke functie Buitenplaats
Huidige functie Park, klooster, scoutingcomplex
Bouwjaar Vóór 1635, circa 1730, 1794, 1907-1909
Architect Daniel Marot (park, circa 1730), J.D. Zocher sr. (park, 1794), Foeke Kuipers (verbouwing huis, 1907), L.A. Springer (tuinaanleg, 1907)
Status Rijksmonument 522623 (complex)

Meer en Berg/Mariënheuvel ligt ten zuiden van de buitenplaats Groenendaal/Bosbeek. Het complex is gelegen tussen de Herenweg (west) en de Glipperdreef (oost). De noordgrens wordt bepaald door de kadastrale perceelgrens tussen het voormalige Groenendaal en het voormalige Meer en Berg. De sterk verspringende zuidgrens wordt bepaald door de kadastrale grens met eigendommen van derden. De oorspronkelijke oriëntatie was op de Glipperdreef, toen nog ‘Heemsteder Binnenwegh’ geheten.

De geschiedenis van Meer en Berg gaat terug tot in de eerste helft van de 17de eeuw. In 1640 was Cornelisz Gijsbertszn. van Goor eigenaar van de toen nog naamloze hofstede. Hij bezat tevens diverse blekerijen. In 1674 schonk Van Goor zijn hofstede als huwelijksgoed aan zijn dochter Maria. Zij was getrouwd met Nikolaas Nicolai, secretaris van de stad Haarlem. Het echtpaar verkocht de hofstede op 1 april 1681 aan de in Amsterdam woonachtige broers Jacob en Louis Trip. Op 5 maart 1684 verkocht Louis Trip zijn helft van de buitenplaats aan Jacob. Via vererving kwam de hofstede in bezit van hun boer Mathias. Hij noemde de buitenplaats ‘Meer en Berg’. Na zijn overlijden verkochten de voogden van zijn nog minderjarige kinderen het goed aan de Amsterdamse koopman David de Neufville (1654-1729). Vervolgens kwam het via Katharina de Neufville in handen van haar echtgenoot Dirk van Lennep.

Van Lennep gaf Daniel Marot opdracht voor het ontwerpen van de tuinen direct achter het huis. Dit ontwerp is bekend van een ongedateerde tekening. Die moet even voor 1730 zijn vervaardigd, want in dat jaar vroeg en verkreeg Van Lennep toestemming tot onder andere het leggen van een waterleiding naar het Haarlemmermeer om daarmee zijn fonteinen van het nodige water te voorzien. Het pomphuis dat hiervoor de benodigde druk leverde, is als ruïne bewaard gebleven. Eveneens van Marots hand is het ontwerp voor het nog bestaande inrijhek en het aansluitende muurwerk met het dienstgebouw. Verder was hij de ontwerper van de oranjerie.

In 1730 kocht Van Lennep de zuidelijker gelegen buitenplaats Leeuwenberg van Nikolaas van Strijen (1700-1757), die secretaris van Amsterdam was. Beide buitenplaatsen werden samengevoegd onder de naam ‘Meer en Berg’. Op 27 december 1732 verkochten de kinderen van Dirk van Lennep dit goed aan Petronella de Neufville (1688-1749), weduwe van Jacob Arnoudsz. van Lennep (1686-1725). De buitenplaats bleef daarna lange tijd in bezit van hun nakomelingen. In 1794 maakte J.D. Zocher sr. voor de tuin aan de zijde van de Glipperdreef drie ontwerpen in landschappelijke stijl, waarvan er één is uitgevoerd. Enkele onderdelen van Marots ontwerp bleven gehandhaafd.

Het 17de-eeuwse huis Meer en Berg is op de tekening van Marot goed zichtbaar. Het lag niet in de as van het ontwerp. Eigenaar jonkheer H.J. Deutz van Lennep gaf in 1907 opdracht voor de bouw van een nieuw Meer en Berg, dat verder naar het noordwesten, meer in het midden van het terrein een plaats kreeg. Het werd ontworpen door Foeke Kuipers in de stijl van de Franse barokkastelen. L.A. Springer maakte een ontwerp voor de omringende tuin, die in grote lijnen nog aanwezig is. Het oude huis is in 1910 grotendeels gesloopt, behalve een deel dat als zelfstandige woning is blijven bestaan en later is omgedoopt in ‘Meerzicht’.

Op 26 april 1946 werd het nieuwe landhuis met de omringende tuin gekocht door de Zusters Augustinessen. Het kreeg de bestemming van klooster/rusthuis. Ten behoeve van deze functie zijn er bijgebouwen in de tuin verrezen. De naam van het huis en de buitenplaats werd veranderd in ‘Mariënheuvel’, omdat ‘Meer en Berg’ niet meer geschikt werd gevonden, vanwege het gelijknamige gesticht in Bloemendaal.

In 1948 besloot de gemeente Heemstede de rest van Meer en Berg te kopen. Op het land tussen de ringvaart en de Glipperdreef werden woningen gebouwd. Het grootste deel van het grondgebied werd echter bij het wandelpark Groenendaal gevoegd. De oranjerie werd in 1953 afgebroken. Alleen een toegangshek, het 18de-eeuwse koetshuis, de voormalige dienstwoning, de koepel, de ruïne van het pomphuis voor de fonteinen en een restant van het 17de-eeuwse hoofdhuis zijn bewaard gebleven.

Beschrijving complex

Het complex van de historische buitenplaats Meer en Berg/Mariënheuvel omvat de volgende onderdelen: het hoofdhuis uit 1907-1909, tegenwoordig afgesplitst en Mariënheuvel geheten, de historische park en tuinaanleg, bestaande uit een 18de-eeuwse formele aanleg van D. Marot met een 19de-eeuwse landschappelijke aanleg van J.D. Zocher sr. en bij Mariënheuvel een aanleg van L.A. Springer. In de aanleg van Zocher staan de volgende bouwwerken aan de zijde van de Glipperdreef: een 18de-eeuws inrijhek met aansluitende tuinmuur, een dienstwoning en een portiershuisje, een voormalig koetshuis, tussen deze beide een (restant) koepel, een enkele woning die tegenwoordig ‘Meerzicht’ heet, een ruïne van een pomphuis, een tuinmuur ten oosten van de ruïne met slingermuur en een tuinmuur ten westen van de ruïne. Voorts bevinden zich op het terrein 20ste-eeuwse opstallen ten behoeve van de functie van bejaardenhuis/verzorgingstehuis, een 20ste-eeuwse dienstwoning alsmede enkele houten scoutingbarakken.

Rijksmonument

Het complex Meer en Berg/Mariënheuvel is van algemeen belang vanwege zijn plaats in de reeks van buitenplaatsen in Zuid-Kennemerland. Het ensemble van inrijhek met aanpalende muren en gebouwen is beeldbepalend. Verder is het complex van tuinhistorische waarde vanwege het ontwerp van Daniël Marot en hetgeen hiervan nog bestaat, alsmede de ingrepen van Zocher hierin. Architectuurhistorisch is het hoofdhuis Meer en Berg (Mariënheuvel) van grote waarde vanwege de relatief zeldzame bouwstijl.

Naar boven