Heemstede, Herenweg 7-11: Huis te Manpad (losse objecten)

Oorspronkelijke functie Losse objecten op buitenplaats
Huidige functie Park, losse elementen
Bouwjaar Losse objecten: 18de en 19de eeuw
Architect N.v.t.
Status Rijksmonument complex 46740, losse objecten zie hieronder bij de beschrijving

Voor de parkaanleg, zie Herenweg 7-11: Huis te Manpad (parkaanleg).

Voor het hoofdgebouw, zie Herenweg 7-11, Huis te Manpad (complex, hoofdgebouw en voorterrein).

De hieronder genoemde losse objecten liggen verspreid over het terrein van de buitenplaats Huis te Manpad.

Bakstenen boogbrug (eerste kwart 18de eeuw, rijksmonument 46746)

De brug ligt in de hoofdas voor het hoofdgebouw over de centrale waterpartij en verbindt het voorterrein met het eiland met het huis. De ijzeren balustraden zijn bij de restauratie aangebracht ter vervanging van 19de-eeuwse bakstenen borstweringen.

IJskelder (19de eeuw, rijksmonument 46747)

De ijskelder ligt ten noordwesten van het hoofdhuis op het eiland. IJskelders dienden om ijs voor de koeling van voedsel en dranken te bewaren. In de winter werden blokken ijs uit de sloten en vijvers gezaagd. De blokken werden in de kelder gelegd en met water en/of pekel overgoten, zodat één grote klomp ijs ontstond, die de temperatuur nog meer liet dalen. De massa ijs was voldoende om tot de volgende winter te worden bewaard. In de zomer kon men brokken van de ijsmassa afhakken om in de keuken te gebruiken.

Houten brug (19de eeuw, rijksmonument 46752)

Deze brug met rustieke leuningen ligt over de dwarsarm van de centrale waterpartij.

Muren rond moestuin, slangenmuur (ca. 1737, rijksmonument 46753)

De bakstenen muren omgeven de moestuin ten zuiden van het huis. Langs de noordzijde staat een slangenmuur, onderbroken door een hek, dat bestaat uit twee bakstenen pijlers met natuurstenen dekplaten en vier smeedijzeren hekvleugels met gezwenkte bovenzijden en ijzerdraad bespanning, waarvan twee vast en twee draaiend. De muur langs de westzijde heeft een lagere doorgang met deuren tussen pijlers. Langs de oostzijde staat een muur met eveneens een doorgang (deuren tussen pijlers). Twee tussenmuren, parallel met de west- en oostmuren, dateren waarschijnlijk van na 1861.

Met name de slangenmuur is zeer waardevol. Een slangenmuur is gebouwd in een slingerende lijn. De bochten in de muur vormen beschutte plaatsen, waarin windgevoelige planten of struiken gepoot kunnen worden. Indien de slangenmuur op het zuiden is geplaatst (zoals bij Manpad), is het mogelijk in zo’n bocht een microklimaat te creëren.

Tuinbeelden (1734, rijksmonument 46754)

Deze zandstenen tuinbeelden van Bacchus en Ariadne op sokkels, gesigneerd ‘Jan van Logteren 1734’, staan ter weerszijden van de zichtas door het park, niet ver van de waterpartij achter het huis.

Tuinvaas (derde kwart 18de eeuw, rijksmonument 46755)

Deze zandstenen vaas is afkomstig uit een kabinet van de aanleg van Speelman en is tegenwoordig opgesteld in de zichtas achter het huis. De achthoekige sokkel is versierd met bladwerk. De gesloten ronde vaas staat op een achthoekige voet en de kelk is verdeeld in twee vakken met voorstellingen in reliëf. Hiervan stelt het ene (met onder meer de figuren van Ceres en Bacchus) het ‘land’ voor, het andere (met onder meer Zephirus, Aurora en Amor) de ‘zee’.

Zijde Manpadslaan

Aan de zijde van de Manpadslaan staan van oost naar west de volgende objecten en gebouw.

Tuinmuur (1730-1742, rijksmonument 46758)

Deze bakstenen, van lisenen en steunberen voorziene tuinmuur (behorend tot de aanleg van omstreeks 1730-1742) staat tussen het pinetum en de ringsloot langs de Manpadslaan.

Zij-inrijhek (wrsch. kort na 1732, 46750)

Dit hek is geplaatst op een met bakstenen keermuren beklede dam in de ringsloot aan de zijde van de Manpadslaan. Het bestaat uit twee bakstenen pijlers met natuurstenen afdekplaten en een uit twee vleugels samengesteld smeedijzeren spijlenhek.

Oranjerie (tweede kwart 18de eeuw met latere wijzigingen, rijksmonument 46749)

De voormalige oranjerie met dienstwoningen is een verdiepingloos gebouw met een asymmetrisch zadeldak. De voorgevel is zeven traveeën breed met een gootlijst op klossen, vier geblokte lisenen en dito deuromlijsting. De buitenste vensters hebben een vaste tussendorpel en een roedenverdeling met 48 ruiten, de overige vensters en de beglaasde deur hebben een empire-roedenverdeling. Aansluitend op en in het verlengde van de voorgevel staat ter weerszijden een naar buiten toe geleidelijk lager wordende tuinmuur. De opkamer aan de achterzijde heeft vier vensters met 36-ruits klapramen en luiken; een gelijke roedenverdeling bevindt zich in de bovenlichten van de deuren in de linkerzijgevel. De overige vensters hebben schuiframen met roedenverdeling en luiken.

Menagerie (tweede kwart 18de eeuw, gewijzigd omstreeks 1800, rijksmonument 46751)

De voormalige menagerie had een tweeledig doel: theehuis en vogelhuis (of menagerie). De menagerie is gebouwd op korfboogvormige grondslag, bestaande uit een centraal vertrek met betimmering uit de stichtingstijd. De rondbogige, door pilasters ingelijste toegang is bij de restauratie met een glaspui afgesloten en (weer) met een balustrade bekroond. Aan weerszijden bevinden zich de voormalige vogelhokken, met spitsboogopeningen tussen geblokte pijlers en een fronton aan het uiteinde.

Rijksmonument

Alle hiervoor genoemde objecten zijn van belang als onderdeel van de buitenplaats Huis te Manpad. De buitenplaats als geheel is van belang vanwege de vooraanstaande plaats die zij inneemt in de geschiedenis van de architectuur, de beeldende kunsten en de tuinkunst in Nederland. Opvallend is de welbewust terughoudende verandering in landschapsstijl van een laatbarokke, 18de-eeuwse aanleg, waarvan onder meer de centrale zichtas en grote onderdelen van het lanenpatroon zijn gehandhaafd.

Naar boven