Heemstede, Raadhuisplein 1: Raadhuis

Oorspronkelijke functie Raadhuis
Huidige functie Raadhuis
Bouwjaar 1906-1907, 1918, 1949, 1972-1973, 2006-2008
Architect J.Th.J. Cuypers en J. Stuyt m.m.v. J.Th.A. Etmans; M. Duintjer; M. a Campo (ADP architecten)
Status Rijksmonument 508454

Het raadhuis van Heemstede, dat op 22 mei 1907 in gebruik is genomen, is ontworpen door de architecten J.Th.J. Cuypers en J. Stuyt, in samenwerking met J.Th.A. Etmans van de gemeente Heemstede. Cuypers (zoon van de architect van het Rijksmuseum) en Stuyt waren bekende bouwmeesters in die tijd. In Heemstede zijn ze niet alleen bekend van het raadhuis, maar ook van het uitbreidingsplan van 1912. Daarnaast is Stuyt ook bekend als architect van Hageveld.

Voor het raadhuis ontwierp het drietal een pand in eclectische trant, gebaseerd op de Hollandse renaissance, maar ook op de architectuur van raadhuizen en patriciërswoningen uit de 18de eeuw. De grandeur van de gevel weerspiegelde de trots van de gemeente met zijn buitenplaatsen, bollencultuur en fraaie ligging. De representatieve, met natuursteen versierde middenpartij trekt de meeste aandacht. Vóór het raadhuis werd een cirkelvormig tuinplein aangelegd, dat inmiddels is verdwenen.

In 1918 is het pand door J.Th.J. Cuypers aan de rechterzijde van een aanbouw voorzien, die in 1949 is vergroot. Al snel was die weer te klein en in 1972-1973 heeft architectenbureau Duintjer en Istha N.V. uit Amsterdam een nieuwe vleugel gebouwd. Voor deze uitbreiding moest onder meer de veldwachterswoning, die aan de noordwestzijde met het gebouw was verbonden, worden gesloopt. In de jaren 2006-2008 is deze vleugel vervangen door een nieuwe. Het ontwerp daarvan is van de hand van Marc a Campo van het bureau ADP architecten.

Links van het raadhuis (zuidzijde) bevindt zich een geometrisch aangelegde rozentuin. Hier staan beelden van Venus en Cupido, afkomstig van de vroegere buitenplaats Meer en Berg.

Bouwkundige beschrijving

Het raadhuis is gebouwd op een vrijwel vierkante plattegrond, met zowel aan de voor- als de achterzijde een middenrisaliet. De gevels zijn opgetrokken uit rode baksteen in staand verband, met op de hoeken geblokte, gemetselde lisenen. Natuursteen is onder meer toegepast bij de plint, de stoep, rond de vensters en aan de voorzijde bij het middenrisaliet. Het raadhuis telt twee bouwlagen en een zolder onder een hoog opgaand, afgeknot schilddak. Het dak, waarop vier hoekschoorstenen staan, is gedekt met leien en voorzien van een kroonlijst met goot op consoles. In elk van de vier dakschilden bevinden zich twee kleine dakkapellen en in het midden van het voorste dakschild is een achthoekige klokkentoren aangebracht.

De representatieve voorgevel is symmetrisch ingedeeld. Het middenrisaliet heeft op de begane grond een rondboogopening met dubbele paneeldeur, voorzien van een licht gebogen bovendorpel en bovenlicht. Ter weerszijden van de ingang, evenals tegen de hoeklisenen van de voorgevel, zijn lantaarns aangebracht. Het middenrisaliet bevat op de verdieping een balkon met balusters en hoekkolommen. Het balkon wordt op de hoeken bekroond door zittende leeuwen met wapenschilden, links van Nederland, rechts van de provincie Noord-Holland. Het middenrisaliet wordt naar boven voortgezet in de vorm van bakstenen pilasters, die een dubbele balkondeur met bovenlicht flankeren. Deze deur met bovenlicht is gevat in een natuurstenen omlijsting die ter hoogte van de kroonlijst van het gebouw is voorzien van twee naar elkaar toe krullende voluten met daaronder de letters S.P.Q.H. (Senatus Populusque Heemstediensis). De voluten worden bekroond door het wapen van Heemstede met ter weerszijden een griffioen. Het middenrisaliet doorbreekt de daklijst. De flankerende pilasters worden afgesloten door een natuurstenen plaat met granaatappel. Het middengedeelte gaat hoger op en eindigt in een topgevel, die is afgesloten met een spiegelboog. Deze boog wordt bekroond door een zittende leeuw met een wapenschild waarop initialen zijn aangebracht, zeer waarschijnlijk van burgemeester jhr. mr. D.E. van Lennep, die, blijkens een in de vestibule aangebrachte gedenkplaat, op 18 augustus 1906 de eerste steen heeft gelegd. In de topgevel bevindt zich ook een klok met rijk bewerkte wijzerplaat.

Het interieur van het raadhuis is symmetrisch ingedeeld en bevat diverse vertrekken, gerangschikt langs drie zijden van een hal met een monumentaal trappenhuis, dat zich aan de achterzijde in het midden bevindt. De oorspronkelijke indeling van het interieur is voor een belangrijk deel bewaard gebleven, met uitzondering van het noordelijk gedeelte, waartegen de nieuwbouw is geplaatst. De vestibule, de hal, het trappenhuis en de voormalige raadzaal, die zich op de verdieping, aan de voorzijde bevindt, bevatten nog de oorspronkelijke lambriseringen en plafonds met moerbalken en kinderbinten. De overige vertrekken zijn grotendeels gemoderniseerd.

Rijksmonument

Het raadhuis is van architectuurhistorische betekenis als vroeg en representatief voorbeeld van raadhuisbouw uit het eerste kwart van de 20ste eeuw in eclectische bouwstijl en vanwege de grotendeels gave hoofdvorm en detaillering van zowel exterieur als interieur. Het gebouw is van cultuurhistorische waarde als element uit de geschiedenis van het openbaar bestuur in Nederland, en in het bijzonder als weerspiegeling van het sociale leven in Zuid-Kennemerland. Tevens heeft het raadhuis situationele waarde als beeldbepalend element in het complex Raadhuisplein-Van Merlenlaan.

Naar boven